kansen op zwaar onweer

Gepubliceerd op 18 juni 2026 om 22:45

kansen op zwaar onweer

Definitieve experimentele verwachting 19 juni 2026

Op basis van thermodynamica en golf-/jetdynamica

Een potentieel explosieve onweerssituatie boven de Benelux en aangrenzende delen van Duitsland

Wanneer ik naar de huidige situatie kijk, valt mij vooral op dat deze situatie duidelijk anders lijkt dan veel onweerssituaties die we dit seizoen hebben gezien. In de afgelopen maanden hebben we meerdere situaties gehad waarin één of meerdere belangrijke ingrediënten ontbraken. Soms was er voldoende dynamiek aanwezig, maar bleef de ondersteuning vanuit warmte en vocht beperkt. Op andere momenten zagen we juist veel beschikbare energie, maar leek de atmosfeer niet bereid om die energie daadwerkelijk vrij te geven. In deze situatie zie ik voor het eerst sinds langere tijd dat vrijwel alle belangrijke componenten dezelfde kant op wijzen.

Daarom kijk ik bij deze verwachting bewust niet alleen naar CAPE-kaarten of losse onweersindices. De kern van deze verwachting zit voor mij juist in de combinatie van thermodynamica, vocht, CIN, windprofielen, jetstructuren en golfdynamica. Wanneer je sommige kaarten los bekijkt lijken ze misschien niet bijzonder, maar wanneer alle niveaus van de atmosfeer over elkaar worden gelegd ontstaat voor mij een veel dynamischer beeld.

Wat direct opvalt, is de grote hoeveelheid beschikbare energie boven een groot deel van West-Europa. Verschillende modellen berekenen CAPE-waarden van ongeveer 2000 tot 3000 J/kg, lokaal zelfs nog hoger. Op zichzelf zegt CAPE echter niet alles. Een atmosfeer kan veel energie bevatten zonder dat daar daadwerkelijk zware onweersbuien uit ontstaan. De belangrijkste vraag is daarom niet hoeveel energie aanwezig is, maar of de atmosfeer die energie op het juiste moment kan benutten.

Juist daar zie ik een belangrijke aanwijzing. De convectietemperatuur ligt dicht bij de verwachte maximumtemperatuur. Wanneer de temperatuur in de loop van de middag stijgt naar ongeveer 33 tot lokaal 35 graden verwacht ik dat de resterende remming steeds verder wordt afgebroken. De CIN is niet volledig verdwenen, maar oogt ook niet als een sterke blokkade die de hele situatie onderdrukt. Vooral tussen ongeveer 15:00 en 18:00 uur zie ik het meest logische moment voor het ontstaan van de eerste zware buien.

Daarbij verwacht ik niet dat dit alleen een nachtelijke situatie wordt. Juist in de middag en richting het begin van de avond beginnen de belangrijkste factoren beter samen te vallen. De thermische vore, convergentie, hoge Theta-E-waarden, afnemende CIN en toenemende steun vanuit de hogere luchtlagen komen dan steeds beter bij elkaar. Daarom verwacht ik dat de eerste serieuze buien ergens vanuit België, Zuid-Nederland of Zuidwest-Nederland kunnen ontstaan, waarna zij verder naar het noorden en noordoosten trekken.

De vochtvoorziening speelt hierbij een belangrijke rol. De Theta-E-waarden liggen op veel plaatsen zeer hoog en laten zien dat er een warme, vochtige en energierijke luchtmassa aanwezig is. Deze luchtmassa bevat voldoende brandstof om buien, wanneer ze eenmaal ontstaan, snel en krachtig te laten doorgroeien. Dit lijkt geen situatie waarbij buien kort opleven en daarna snel weer instorten. De omgeving oogt juist gunstig voor langduriger georganiseerde convectie.

Wat deze situatie verder versterkt, is de windstructuur. Op lage niveaus zie ik een duidelijke zuidelijke tot zuidwestelijke stroming, terwijl hogerop de wind steeds sterker wordt en meer richting Noordoost-Duitsland draait. Rond 300 hPa ligt bovendien een sterke jet in de buurt met windsnelheden die lokaal richting 100 tot 130 km/u gaan. Dat is belangrijk omdat onweersbuien daardoor beter ondersteund kunnen worden vanuit de hogere luchtlagen. Wanneer buien voldoende diep doorgroeien, kunnen zij daarvan profiteren.

Ook de 0-6 km schering is ruim voldoende aanwezig. Waarden van ongeveer 30 tot 40 knopen zijn in deze situatie genoeg voor georganiseerde multicells en enkele supercells. In combinatie met de hoge CAPE, de vochtige grenslaag en de aanwezige kromming in het windprofiel zie ik vooral bij losse buien kansen op snelle organisatie. Een bui die op het juiste moment ontstaat langs een thermische vore, convergentiezone of oude uitstromingsgrens kan relatief snel supercellulaire kenmerken ontwikkelen.

Daarom verwacht ik niet dat alle buien beginnen als gewone multicells. Vooral de eerste buien die nog vrij los ontstaan hebben naar mijn verwachting de grootste kans om uit te groeien tot supercells. Wanneer het ontstaan van de buien niet te rommelig verloopt, kunnen enkele cellen zich in korte tijd ontwikkelen tot volwassen onweersbuien met kans op grote hagel, zware windstoten en lokale rotatie.

De zwaarste potentie zie ik niet alleen in het zuidoosten van Nederland. Mijn aandacht gaat juist uit naar een groter gebied vanaf België en Zuid- tot Zuidwest-Nederland richting Midden-, Oost- en Noord-Nederland. Daarbij denk ik vooral aan Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen en mogelijk Friesland. Afhankelijk van waar de eerste buien precies ontstaan en hoe de thermische vore uiteindelijk komt te liggen, kunnen ook Utrecht, Flevoland, delen van Noord-Holland en later Noordwest-Duitsland nadrukkelijk betrokken raken.

In de eerste fase verwacht ik vooral losse of half-losse buien. Grote hagel vormt daarbij één van de belangrijkste aandachtspunten. Door de combinatie van hoge CAPE, krachtige stijgstromen en voldoende schering zijn hagelstenen van meerdere centimeters mogelijk. Lokaal sluit ik hagel van 3 tot 6 centimeter niet uit bij de sterkste buien. Vooral een geïsoleerde supercell kan hierin snel doorschieten.

Naast hagel blijft ook het windrisico belangrijk. Goed georganiseerde buien kunnen zware windstoten produceren. In het meest waarschijnlijke zware scenario denk ik aan windstoten van ongeveer 100 tot 130 km/u. Plaatselijk kan dit hoger uitvallen wanneer een sterke downburst ontstaat of wanneer een bui optimaal gebruik maakt van de aanwezige dynamiek. Extreme windstoten zijn niet het meest waarschijnlijke scenario, maar horen wel bij de bovenkant van deze verwachting.

Ook een lokaal tornado- of tuba-risico sluit ik niet volledig uit. Dit geldt vooral voor losse buien die vóór een groter buiengebied ontstaan en vanaf de grond gevoed blijven worden. Een EF1-scenario zou mij in deze situatie niet verbazen. Een lokale EF2 acht ik minder waarschijnlijk, maar niet onmogelijk wanneer een supercell precies in de juiste omgeving ontstaat met voldoende lage-niveau schering en een gunstige interactie met een convergentiezone.

Later op de avond verwacht ik dat losse buien steeds meer met elkaar gaan samenwerken. Individuele cellen kunnen gaan clusteren tot een groter buiengebied. Daarbij verschuift de stormmodus waarschijnlijk van losse supercells naar georganiseerde multicells en mogelijk lijnvormige structuren. In deze fase neemt het risico op bredere windschade en zware neerslag toe, terwijl het hagelrisico vooral aanwezig blijft bij de sterkste ingebedde cellen.

Wat ik daarnaast interessant vind, is de mogelijke doorgroei naar een groter mesoschaal systeem in de nacht naar zaterdag. Ik spreek bewust niet van een gegarandeerde MCV boven Nederland, maar de atmosfeer lijkt wel gevoelig voor een dergelijke ontwikkeling. Wanneer buien voldoende georganiseerd raken en richting Noord- en Noordoost-Nederland en later Noordwest-Duitsland trekken, kan een eerste voorstadium van een MCV ontstaan. Een volledig ontwikkelde MCV verwacht ik eerder verder stroomafwaarts boven Duitsland of nog verder oostelijk.

De grootste onzekerheid zit voor mij niet meer in de hoeveelheid beschikbare energie. Die lijkt ruim aanwezig. De belangrijkste onzekerheid blijft de exacte plaats en timing van de eerste succesvolle buieninitiatie. Wanneer de eerste buien pas laat ontstaan verschuift de zwaarste fase meer richting avond, nacht en Duitsland. Ontstaan de eerste buien echter al tussen 15:00 en 18:00 uur, dan kan de situatie relatief snel uitgroeien tot een zware tot lokaal zeer zware onweerssituatie.

Mijn verwachting is daarom dat 19 juni 2026 geen gewone onweersdag wordt. De combinatie van hoge CAPE, hoge Theta-E, voldoende schering, afnemende CIN, thermische vore, convergentie en duidelijke ondersteuning vanuit de golf- en jetdynamica maakt deze situatie potentieel explosief.

Vooral vanaf de tweede helft van de middag tot in de avond zie ik kansen op zware georganiseerde convectie boven delen van België, Zuid-, Midden-, Oost- en Noord-Nederland en later ook Noordwest-Duitsland.

De kern van mijn verwachting blijft dat de atmosfeer klaarstaat. Wanneer de eerste buien ontstaan, kan de verdere ontwikkeling snel verlopen. Eerst met enkele mogelijk discrete supercells, daarna met clustering naar georganiseerde multicells of een groter buiengebied en later mogelijk een mesoschaal georganiseerd systeem richting Noord- en Noordoost-Nederland en Duitsland.

Daarmee blijft dit voor mij één van de meest interessante en potentieel zware onweerssituaties van dit seizoen.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.