Experimentele Weerverwachting | Nederland & Lage Landen
Na een overwegend rustige en zonnige periode lijkt de atmosfeer zich langzaam op te maken voor een duidelijke omslag. Een hogedrukgebied blijft de komende dagen nog invloed uitoefenen ten noorden en noordoosten van onze omgeving, terwijl boven Zuidwest-Europa thermische lagedrukgebieden steeds actiever worden. Vanuit het zuidwesten trekken deze geleidelijk richting Frankrijk en Centraal-Europa, waardoor ook de stroming boven West-Europa langzaam verandert.
De nieuwste modelruns van zowel ECMWF als GFS ondersteunen steeds meer een dynamischer weerbeeld dan enkele dagen geleden. Waar eerder nog rekening werd gehouden met een mogelijk langdurige noordweststroming na ongeveer 21 juli, lijkt dat scenario in de nieuwste berekeningen juist verder naar de achtergrond te verdwijnen. In plaats daarvan ontstaat een patroon waarin hogedruk zich regelmatig ten noorden van onze omgeving handhaaft, terwijl lagedrukgebieden en thermische storingen over Centraal-Europa blijven trekken. Hierdoor blijft de aanvoer van warme en geregeld vochtige lucht regelmatig mogelijk. De kans neemt daardoor toe dat we in de tweede helft van juli meerdere perioden krijgen met zomerse tot tropische temperaturen, afgewisseld door buien en onweersstoringen.
Richting het einde/2e helft van deze week lopen de temperaturen op naar 30 tot lokaal 35 graden, en in het Zuiden en Zuid(oosten) mogelijk hoger met 35 a 39 gr. Tegelijkertijd nemen de onstabiliteit en de hoeveelheid vocht duidelijk toe. CAPE-waarden tussen ongeveer 2500 en lokaal ruim 3500 J/kg lijken daarbij haalbaar. Op dit moment blijft de effectieve Shear nog vrij beperkt, rond 20 tot 25 knopen, regionaal hoger, waardoor de organisatie van buien in eerste instantie vooral uit multicells zal bestaan.
Toch verdient deze periode extra aandacht. Wanneer de straalstroom tijdelijk gunstiger boven de Benelux komt te liggen en de windschering verder toeneemt, kunnen de omstandigheden snel verbeteren voor beter georganiseerde onweersbuien. In dat scenario behoren ook zwaardere onweerssituaties met veel neerslag, zware windstoten, grote hagel en lokaal noodweer tot de mogelijkheden. De exacte ontwikkeling zal daarbij sterk afhangen van de positie van de lagedrukgebieden en de dagelijkse convectie en de instraling van de zon.
Voor de periode van 16 tot en met ongeveer 21 juli blijft mijn aandachtpunt naar deze situatie onverminderd groot. Juist in deze fase lijken meerdere kleinschalige lagedrukgebieden over of nabij onze omgeving te kunnen trekken. Dat kan zorgen voor een typisch hondsdagenpatroon: warm, vochtig, benauwd en regelmatig onweersachtig, zonder dat een langdurige koele noordweststroming het weerbeeld volledig overneemt.
Meerdere rand Parameters geven op dit moment geen overtuigende ondersteuning voor een stabiele noordwestcirculatie. Dat betekent niet dat een tijdelijke koelere periode uitgesloten is, maar wel dat de kans op een langdurig koel en stabiel noordwestregime momenteel kleiner lijkt dan in eerdere modelruns.
Zuid-Europa blijft ondertussen te maken houden met extreme hitte. Mocht de stroming later opnieuw tijdelijk uit zuid tot zuidwest draaien, dan kan zeer warme lucht opnieuw richting West-Europa worden getransporteerd. Nieuwe hittepieken zijn daarom zeker nog niet uitgesloten.
MIJN VERWACHTING IN EEN NOTENDOP : ik blijf daarom uitgaan van een wisselvallige, dynamische tweede helft van juli, met geregeld zomerse tot tropische warmte, afgewisseld door meerdere kansen op stevige onweerssituaties. De details zullen de komende dagen verder duidelijk moeten worden, maar de signalen voor een actieve hondsdagenperiode nemen in de nieuwste modelruns duidelijk toe.
Nieuwe update volgt eind deze week.
DEZE VERWACHTING IS GEBASSEERD OP THERMODYNAMICA EN JET/GOLFDYNAMICA VOLGENS DE ALEGEMENE METEOTROLOGIE. IK ZELF BEN OP DIT GEBIED LERENDE, OM ONZE VERWACHTINGEN VOOR DE TOEKOMST NOG NAUWKEURIGER TE MAKEN EN TE VERBETEREN.
Reactie plaatsen
Reacties