Herfstverwachting 2026 Technische versie

Gepubliceerd op 30 augustus 2026 om 14:19

Herfstverwachting 2026 – Meteolagelanden 

Dynamische en mogelijk zeer natte herfst, met vooral november als onzeker kantelpunt 

De meteorologische herfst van 2026 begint vanuit een behoorlijk dynamische situatie. De afgelopen maanden zien we een duidelijke Rossby-wave train lopen vanaf Noord-Amerika via de Atlantische Oceaan richting West-Europa. Daarbij is de straalstroom niet alleen krachtig, maar vooral sterk meanderend. Die golfstructuur is zowel rond 300 en 200 hPa als richting de tropopauze terug te vinden. Dat geeft aan dat we niet met een kleine tijdelijke verstoring te maken hebben, maar met een behoorlijk georganiseerde grootschalige golfconfiguratie. 

Voor september en oktober verwachten wij dat dit patroon grotendeels aanwezig blijft. Naarmate het noordelijk halfrond verder afkoelt neemt het temperatuurverschil tussen de subtropen en hogere breedtegraden toe, waardoor de jetstream in de herfst normaal gesproken verder aan kracht wint. Het interessante van dit jaar is echter dat de jet niet alleen sterker wordt, maar tegelijkertijd sterk blijft golven. 

Dat kan juist voor veel dynamiek zorgen. 

Bij een zuidwaarts uitzakkende Atlantische trog kan aan de voorzijde positieve vorticiteitsadvectie ontstaan, terwijl tegelijkertijd warme en vochtige lucht vanuit Zuidwest-Europa naar het noorden wordt getransporteerd. Wanneer daarbij een gunstige jetstreak aanwezig is, kunnen lagedrukgebieden gemakkelijker uitdiepen. Vervolgens kan stroomafwaarts opnieuw een rug worden opgebouwd, waarna vanaf de Atlantische Oceaan een volgende trog volgt. Daarmee krijgen we waarschijnlijk regelmatig een patroon waarin troggen, lagedrukgebieden en ridge-amplificatie elkaar blijven opvolgen. Het is dus niet zozeer een klassieke rechte westcirculatie waarbij alle depressies simpelweg van west naar oost overtrekken. De volledige stroming blijft veel meer golven, waardoor ook de koers en ontwikkeling van lagedrukgebieden sterk kan variëren. 

Voor september betekent dit waarschijnlijk een zeer wisselvallig en behoorlijk nat weerbeeld. Tegelijkertijd hoeft september zeker niet koud te verlopen. De Noordzee is nog warm, Zuid-Europa bevat nog veel warmte en ook de vochtinhoud van de lucht blijft hoog. Aan de voorzijde van diepe troggen kan daardoor nog regelmatig warme lucht met hoge Theta-E-waarden richting onze omgeving worden aangevoerd. Dat maakt ook convectieve situaties nog interessant. Naarmate we verder september ingaan zullen de zeer hoge CAPE-waarden van de zomer minder vaak voorkomen, maar tegelijkertijd wordt de dynamische ondersteuning sterker. Hierdoor kunnen ook situaties met minder CAPE nog behoorlijk actief worden wanneer windschering, bovenluchtforcing, PVA en frontale convergentie goed samenvallen. 

September kan daardoor naast langdurige regen ook stevige buien, onweerslijnen en lokaal zeer hoge neerslagintensiteiten opleveren. De neerslagverwachting hebben wij daarom inmiddels duidelijk naar boven bijgesteld. Waar eerder vooral een nattere herfst werd verwacht, gaan we nu uit van een natte tot zeer natte herfst als belangrijkste scenario. Een recordnatte herfst is op dit moment nog te vroeg om als verwachting neer te zetten, maar wanneer dezelfde lagedruk- en golfconfiguratie gedurende september en oktober blijft terugkeren, kunnen de seizoenshoeveelheden behoorlijk hoog uitkomen. 

Een ander belangrijk onderdeel wordt de ontwikkeling van de Atlantische Oceaan. Daarbij gaat het niet alleen om hoe warm of koud het zeewater gemiddeld is. Vooral de verschillen tussen warme en koudere gebieden worden belangrijk. Door sterkere wind, verdamping en ocean mixing verandert tijdens september en oktober de bovenste laag van de Atlantische Oceaan. Tegelijkertijd koelen de hogere breedtegraden en continenten steeds sneller af. Hierdoor kunnen de thermische gradiënten verder verscherpen. 

De Atlantische Oceaan veroorzaakt daarmee niet rechtstreeks de Rossby-wave train, maar kan een bestaande golfconfiguratie wel degelijk ondersteunen, verplaatsen of juist tijdelijk afremmen. Vooral wanneer een sterkere barokliene zone goed samenvalt met de aanwezige jetstream kan cyclogenese gemakkelijker plaatsvinden. 

Dat maakt vooral de overgang van september naar oktober interessant. We hebben in historische situaties gezien dat een sterker wordende herfstjet niet noodzakelijk betekent dat de Rossby-golven verdwijnen. Wanneer de jet sterker wordt terwijl de golfamplitude tegelijkertijd groot blijft, kan juist een veel krachtiger patroon ontstaan met diepe troggen, sterkere lagedrukgebieden en forse ridge-amplificatie. 

Daar zien we op dit moment ook overeenkomsten met de ontwikkeling tijdens de herfst van 2010. We gebruiken 2010 daarbij niet als letterlijke verwachting voor 2026. De uitgangssituatie was toen anders en ook ENSO bevond zich in een andere fase. Wat wel interessant is, is de manier waarop de Rossby-wave train zich toen ontwikkelde. Eind augustus en september was al duidelijke golfactiviteit aanwezig, waarna de jet richting oktober verder verscherpte en tegelijkertijd sterker begon te meanderen. Vervolgens ontstonden diepere cyclonen, cutoff lows en steeds sterkere rugvorming richting het noorden. 

Een dergelijke procesmatige ontwikkeling is ook dit jaar mogelijk. Het grote verschil is dat we nu met een warmere en vochtiger achtergrond te maken hebben. Wanneer dezelfde soort golfdynamiek ontstaat, hoeft dat daarom in september en oktober helemaal niet direct tot koude situaties te leiden. De eerste uitwerking kan juist bestaan uit veel regen, zware buien en actieve lagedrukgebieden. 

Ook de Noordzee wordt gedurende de herfst steeds belangrijker. In september werkt de relatief warme Noordzee vooral als groot vocht- en warmtereservoir. Storingen en buien die over zee trekken kunnen hierdoor gemakkelijk extra vocht opnemen. Later in oktober verandert het effect geleidelijk. De lucht en het land koelen sneller af dan de zee, waardoor bij een westelijke, noordwestelijke of noordelijke stroming het temperatuurverschil tussen zee en lucht groter wordt. 

Dan kan meer voelbare en latente warmte vanaf de Noordzee aan de onderste atmosfeer worden afgegeven. 

Wanneer tegelijkertijd koude lucht op 850 hPa en een koude bovenlucht aanwezig zijn, kan boven de Noordzee gemakkelijk sterke convectieve instabiliteit ontstaan. Daarvoor zijn geen zomerse CAPE-waarden nodig. Een paar honderd J/kg kan in een koude luchtmassa al voldoende zijn om stevige buien te ontwikkelen, zeker wanneer convergentie en dynamische forcing aanwezig zijn. 

Oktober kan daardoor naast frontale neerslag ook steeds vaker actieve Noordzeebuien opleveren met zware regen, hagel en lokaal onweer. Bij een langdurige noordwestelijke stroming kunnen buien bovendien steeds opnieuw over dezelfde gebieden trekken, waardoor vooral langs de kust en in het noorden lokaal grote neerslaghoeveelheden mogelijk worden. Cutoff lows kunnen daarbij eveneens belangrijk worden. Wanneer een diepe Rossby-trog uiteindelijk afsnoert, blijft een koude cyclonale bovenluchtstructuur soms langere tijd boven dezelfde regio hangen. Boven relatief warm zeewater kan dat een zeer actieve combinatie opleveren. De koude lucht op hoogte zorgt dan voor sterke stijgbeweging en instabiliteit, terwijl vanuit de onderste atmosfeer veel vocht beschikbaar is. Condensatie en latente warmteafgifte kunnen de neerslagzones vervolgens verder versterken. Daardoor kunnen cutoff lows in de herfst lokaal dagenlang voor buien en langdurige neerslag zorgen. 

In oktober verwachten we daardoor dat de dynamiek mogelijk nog verder toeneemt. De jetstream wordt krachtiger, de temperatuurverschillen worden groter en tegelijkertijd blijft de Noordzee relatief warm. Als de Rossby-wave train dan nog steeds aanwezig is, kan de combinatie van cyclogenese, cutoff lows en tijdelijke sterke rugopbouw behoorlijk uitgesproken worden. El Niño blijft op de achtergrond uiteraard ook een belangrijke factor. De warme anomalieën in de Niño 3.4-zone zijn duidelijk aanwezig en de warmte bevindt zich niet alleen direct aan het oppervlak, maar ook verder onder het oceaanoppervlak. Hierdoor is sprake van een behoorlijk ontwikkeld tropisch warmtereservoir. 

El Niño kan via tropische convectie, divergentie in de bovenlucht en veranderingen in de subtropische jet invloed uitoefenen op de wereldwijde golfdynamiek. Dat betekent echter niet dat we daar rechtstreeks uit kunnen concluderen dat West-Europa automatisch een zachte herfst of winter krijgt. 

Voor onze regio blijft vooral belangrijk hoe die tropische forcing uiteindelijk wordt doorgegeven via Noord-Amerika naar de Atlantische Rossby-wave train. Juist daar zien we op dit moment veel activiteit. 

De polaire vortex speelt voorlopig nog een veel kleinere rol. Tijdens september en waarschijnlijk ook het grootste gedeelte van oktober bevindt de stratosferische vortex zich vooral in zijn normale seizoensmatige opbouw. Het is goed mogelijk dat de zonale wind op 10 hPa eerst normaal tot tijdelijk iets sterker dan gemiddeld wordt. Dat hoeft voorlopig nauwelijks gevolgen te hebben voor september en oktober. 

Pas richting de tweede helft van oktober en november wordt interessant of een duidelijkere verticale koppeling ontstaat. Dan gaan vooral de ontwikkelingen van de zonale wind op 10 hPa, de NAM, wave-1 en wave-2 en de eddy heat flux rond 100 hPa belangrijk worden. Daarom willen wij eind oktober afzonderlijk naar de ontwikkeling van de polaire vortex kijken. Tegen die tijd kunnen we veel beter bepalen hoeveel invloed de stratosfeer daadwerkelijk kan krijgen op november en uiteindelijk de winter van 2026/2027. 

Voor november houden we daarom voorlopig drie mogelijke richtingen open. 

Ons belangrijkste scenario blijft dat de Rossby-wave train actief blijft en de atmosfeer sterk blijft meanderen. In dat geval kunnen Atlantische lagedrukgebieden regelmatig worden gevolgd door sterke ridge-opbouw richting de Noord-Atlantische Oceaan, Groenland of Scandinavië. Daardoor kunnen ook noordwestelijke en noordelijke stromingen gemakkelijker ontstaan. November zou dan nog steeds nat en dynamisch kunnen verlopen, maar met toenemende kans op polair-maritieme lucht, hagel, natte sneeuw en bij voldoende koude uiteindelijk de eerste echte sneeuwsituaties. 

Een tweede mogelijkheid ontstaat wanneer de polaire vortex tijdens oktober veel sterker wordt en uiteindelijk ook invloed naar beneden weet uit te oefenen. Een sterkere positieve NAM kan dan bijdragen aan een meer zonale Atlantische jet. In dat geval zou november eerder zacht, nat en regelmatig stormachtig verlopen. 

Het derde scenario is een combinatie van beide. Dan blijven Atlantische lagedrukgebieden en zachtere perioden elkaar afwisselen met sterkere ruggen, noordelijke stromingen en kortdurende koudere perioden. 

November wordt daarmee duidelijk de maand waarin de onzekerheid sterk toeneemt. 

Voor september en oktober is onze verwachting een stuk duidelijker. Wij verwachten een zeer dynamische en waarschijnlijk nat tot zeer natte eerste helft van de herfst, waarbij de sterk meanderende jetstream en Rossby-wave train de belangrijkste spelers zijn. 

September kan daarbij nog regelmatig warm en vochtig verlopen, maar tegelijkertijd veel regen en stevige convectieve situaties opleveren. In oktober neemt de barokliniciteit verder toe, wordt de jetstream krachtiger en neemt ook de interactie met de relatief warme Noordzee toe. Daarmee kan herfst 2026 vooral in september en oktober uitgroeien tot een bijzonder actieve periode, met regelmatig forse lagedrukontwikkelingen, grote weersomslagen en mogelijk zeer hoge neerslagsommen. 

November blijft voorlopig het kantelpunt. Tegen die tijd zal duidelijker worden of de huidige sterke Rossby-wave-dynamiek kan blijven bestaan, of dat een verder ontwikkelende polaire vortex de circulatie richting een meer zonale Atlantische fase gaat sturen. 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.