Herfstverwachting 2026 Makkelijke Versie

Gepubliceerd op 30 augustus 2026 om 14:38

Herfstverwachting 2026 – Meteolagelanden

Een dynamische en mogelijk zeer natte herfst op komst

De meteorologische herfst staat voor de deur en dit jaar beginnen we vanuit een bijzonder interessante weersituatie. Al langere tijd zien we boven het noordelijk halfrond een sterk golvende straalstroom. Grote golven in de atmosfeer bewegen vanaf Noord-Amerika over de Atlantische Oceaan richting West-Europa. In de meteorologie noemen we zo'n patroon een Rossby-wave train.

Je kunt de straalstroom vergelijken met een grote rivier van zeer snelle lucht hoog boven ons. Soms loopt die rivier vrij recht van west naar oost, maar op dit moment maakt hij juist grote bochten naar het noorden en zuiden. En precies dat maakt de komende herfst zo interessant. Normaal wordt de straalstroom in september en oktober geleidelijk sterker doordat het noordpoolgebied en Noord-Europa steeds sneller afkoelen, terwijl zuidelijker nog veel warmte aanwezig blijft. Dit jaar lijkt die sterkere straalstroom voorlopig echter niet rechter te worden. Hij blijft juist sterk golven. Daarmee ontstaat een patroon waarin perioden met lagedruk, regen en wind kunnen worden afgewisseld door tijdelijke hogedrukruggen en warmere perioden. Vervolgens kan alweer een nieuwe storing vanaf de Atlantische Oceaan onze kant op komen.

Het weer kan daardoor regelmatig omslaan.

September: warmere lucht, maar ook veel regen

September begint nog met behoorlijk wat warmte uit de zomer. De Noordzee is warm, Zuid-Europa bevat nog veel opgeslagen warmte en ook de hoeveelheid vocht in de atmosfeer is groot. Wanneer de wind tijdelijk uit het zuiden of zuidwesten waait, kan warme en vochtige lucht opnieuw richting Nederland en België worden gevoerd.

Daarom verwachten we niet dat september meteen koud wordt. Er kunnen best nog warme of zelfs zomers aanvoelende dagen tussen zitten. Maar juist die warme en vochtige lucht kan ook brandstof leveren voor actieve storingen. Wanneer een Atlantisch lagedrukgebied dichterbij komt, botst de warmere lucht soms met koelere lucht vanaf de oceaan. Tegelijkertijd wordt de atmosfeer hogerop steeds dynamischer. Daardoor kunnen naast gewone regenzones ook stevige buien en onweer ontstaan.

De enorme hoeveelheden onstabiliteit die we midden in de zomer kunnen hebben, worden langzaam minder waarschijnlijk. Daar staat tegenover dat de straalstroom krachtiger wordt. Hierdoor kunnen ook situaties met minder energie toch behoorlijk actief worden. Daarom verwachten we voor september een zeer wisselvallig en waarschijnlijk nat weerbeeld. De hoeveelheid regen is inmiddels zelfs één van de belangrijkste onderdelen van onze herfstverwachting geworden. Waar we eerder vooral rekening hielden met een wat nattere herfst, houden we nu serieus rekening met een natte tot mogelijk zeer natte herfst. Een recordnatte herfst noemen we bewust nog niet als verwachting, maar wanneer dezelfde storingen gedurende september en oktober blijven terugkomen, kunnen de uiteindelijke neerslaghoeveelheden behoorlijk hoog worden.

Richting oktober wordt de atmosfeer steeds dynamischer

In oktober begint het temperatuurverschil tussen noord en zuid steeds groter te worden. Noord-Europa koelt snel af, terwijl boven Zuid-Europa en de oceaan nog veel warmte aanwezig blijft. Hierdoor kan de straalstroom verder in kracht toenemen. En juist daar zit voor deze herfst een belangrijk punt.

Wanneer de straalstroom sterker wordt maar tegelijkertijd sterk blijft slingeren, kunnen de bochten in de stroming juist groter worden. Hierdoor kunnen diepe lagedrukgebieden ontstaan, maar tegelijkertijd kunnen verderop ook stevige hogedrukruggen worden opgebouwd. Dat betekent dat oktober niet automatisch rustiger hoeft te worden dan september.

Integendeel: als het huidige patroon aanhoudt, kan oktober juist een maand worden met forse weersomslagen. Een diepe depressie kan worden gevolgd door een tijdelijke hogedrukrug, waarna alweer een nieuwe Atlantische storing volgt. We zien hierin enkele interessante overeenkomsten met de herfst van 2010. Daarmee bedoelen we nadrukkelijk niet dat 2026 een kopie van 2010 wordt. De omstandigheden zijn anders. Wat wél interessant is, is dat ook toen de straalstroom richting oktober sterker werd terwijl de grote golven in de atmosfeer aanwezig bleven. Later volgden diepere Atlantische depressies en sterkere hogedrukruggen.

Het grote verschil is dat de achtergrond nu warmer en vochtiger is. Een vergelijkbare dynamische ontwikkeling hoeft daarom voorlopig helemaal geen koude herfst te betekenen. Het kan juist betekenen dat we eerst veel regen, stevige buien en soms nog behoorlijk zachte of warme perioden krijgen.

De Noordzee gaat steeds meer meedoen

Ook de Noordzee wordt tijdens de herfst steeds belangrijker. In september werkt het warme zeewater vooral als een groot reservoir van warmte en vocht. Storingen die over de Noordzee trekken kunnen daar extra vocht opnemen.

Maar richting oktober verandert dat langzaam. Het land en de lucht koelen sneller af dan de zee. Wanneer vervolgens koudere lucht uit het westen, noordwesten of noorden over de relatief warme Noordzee stroomt, ontstaat een steeds groter temperatuurverschil tussen zee en lucht.

Daardoor kan veel warmte en vocht vanaf het water aan de atmosfeer worden afgegeven. En dan kan de Noordzee ineens van een verzachtende invloed veranderen in een echte buienmotor. Vooral wanneer het ook hoger in de atmosfeer koud is, kunnen boven zee gemakkelijk stevige buien ontstaan. Langs de kust en in het noorden kunnen deze buien soms achter elkaar over hetzelfde gebied trekken.

Dat kan zware regen geven, maar ook hagel en lokaal onweer. Ook afgesnoerde lagedrukgebieden kunnen later in de herfst belangrijk worden. Soms wordt een grote bocht in de straalstroom afgesneden van de hoofdstroming. Zo'n lagedrukgebied kan vervolgens dagenlang ongeveer in dezelfde omgeving blijven hangen. Boven relatief warm zeewater kan dat langdurig nieuwe buien en regen opleveren.

En El Niño dan?

Boven de tropische Stille Oceaan is ondertussen een duidelijke El Niño aanwezig. Niet alleen het wateroppervlak is warmer dan normaal, ook dieper in de oceaan bevindt zich veel extra warmte. Dat kan invloed hebben op grote luchtstromingen over de wereld. Maar El Niño betekent niet automatisch dat Nederland daarom een zachte herfst of winter krijgt.

Voor ons is vooral belangrijk wat de straalstroom uiteindelijk boven de Atlantische Oceaan en Europa doet. En juist daar zien we momenteel een sterk actief en golvend patroon. Daarom gebruiken wij El Niño als onderdeel van het grote geheel, maar niet als simpele voorspeller van ons weer.

November wordt het grote kantelpunt

Voor september en oktober hebben we inmiddels een behoorlijk duidelijk hoofdbeeld. November blijft veel onzekerder.

Dat komt vooral doordat tegen die tijd de polaire vortex steeds belangrijker kan worden. Deze grote luchtcirculatie hoog boven het noordpoolgebied is eind augustus en in september nog bezig met zijn normale jaarlijkse opbouw. Daardoor verwachten we dat de polaire vortex tijdens september en waarschijnlijk een groot deel van oktober nog maar weinig directe invloed heeft op ons weer. Pas vanaf de tweede helft van oktober wordt het echt interessant.

Dan kunnen we beter beoordelen hoe sterk de vortex wordt en of hij uiteindelijk invloed naar beneden weet uit te oefenen. Daarom houden we voor november drie mogelijkheden open. Ons belangrijkste scenario blijft voorlopig dat de huidige golvende straalstroom actief blijft. Dan kunnen lagedrukgebieden worden afgewisseld door steeds sterkere hogedrukruggen richting de Noord-Atlantische Oceaan, Groenland of Scandinavië. Daardoor kan vaker lucht uit het noordwesten of noorden richting onze omgeving komen. November kan dan nog steeds nat verlopen, maar ook duidelijk kouder worden met hagel, natte sneeuw en uiteindelijk misschien de eerste echte sneeuwsituaties.

Een tweede mogelijkheid is dat de polaire vortex veel sterker wordt. Dan kan de straalstroom boven de Atlantische Oceaan rechter worden en krijgen we eerder een klassieke westcirculatie. November zou dan zachter, nat en mogelijk regelmatig stormachtig verlopen. En tenslotte kan een tussenvorm ontstaan. Dan wisselen zachte en natte Atlantische perioden zich af met tijdelijke hogedrukblokkades en kortere koudere perioden.

Onze verwachting voor herfst 2026

Alles bij elkaar verwachten we voor september en oktober een bijzonder actieve en waarschijnlijk nat tot zeer natte eerste helft van de herfst

De straalstroom blijft naar verwachting krachtig én sterk golvend. Daardoor kunnen lagedrukgebieden, zware regen, stevige buien en tijdelijke warmere perioden elkaar regelmatig afwisselen. September kan nog behoorlijk warm en vochtig verlopen, maar tegelijkertijd veel regen en onweersachtige situaties opleveren. In oktober worden de temperatuurverschillen groter, wordt de straalstroom waarschijnlijk sterker en neemt ook de invloed van de relatief warme Noordzee verder toe.

November wordt vervolgens het grote vraagteken. Dan zal langzaam duidelijk worden of het huidige sterk golvende patroon doorgaat, of dat hogedrukblokkades sterker worden, of dat een krachtiger wordende polaire vortex uiteindelijk voor een rechtere Atlantische westcirculatie zorgt.

Voorlopig verwachten wij daarom vooral een zeer dynamische, natte en regelmatig onstuimige herfststart. September en oktober kunnen meteorologisch bijzonder interessante maanden worden. November wordt vervolgens het moment waarop de atmosfeer langzaam laat zien welke richting we richting de winter opgaan. 

EXPERIMENTEEL


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.